Logo obs De Bonte Tol
openbare basisschool De Bonte Tol, brinnummer 27JX

Spelling

Dit zijn wij !  Spelling  Zijn paddenstoelen schimmels?  Brrr, wat koud!  De ideale speelplaats van groep 4b  Knutselen met kranten

In groep 4 maken de kinderen voor het eerst kennis met spelling als apart vak. Voor dit vak gebruiken wij de methode Taaljournaal. Omdat spelling deel uit maakt van het taalonderwijs hebben wij er als school voor gekozen om zowel voor het vak taal als het vak spelling dezelfde methode te gebruiken.

Deze methode komt tegemoet aan de verschillen tussen de kinderen. Daarom worden problemen bekeken vanuit verschillende manieren van benaderen: visueel (kijken), auditief (horen), motorisch (doen) en semantisch (betekenis). Ook wordt spelling binnen een zo functioneel mogelijke context aangeboden. Zo wordt in groep 4 elke nieuwe categorie door een gesproken verhaal geïntroduceerd. In het verhaal worden enkele woorden van de aan te leren categorie aangeboden. Bij deze woorden zit ook een net-als-woord. Het net-als-woord is een woord wat kinderen gemakkelijk kunnen onthouden en dat woord is verbonden is aan de probleemstelling.

Voorbeeld: het net-als-woord is wolk. Wat is er moeilijk aan dit woord? Veel kinderen spreken dit woord uit als "wolluk". Omdat je tussen de l en de k nog een u hoort is het voor kinderen moeilijk om dit woord op te schrijven. De l en de k moeten dus naast elkaar blijven staan, ze zijn een (moeilijk) duo. Moeilijke duo's zijn bijvoorbeeld ook l en m in het woord "film", r en g in het woord "erg" en r en f in het woord "durf". Als kinderen zulke woorden op moeten schrijven is het handig als ze even terug kunnen denken aan het woord wolk zodat ze beter onthouden dat de u niet tussen de moeilijke duo's in mag komen.

Dit is het wegenplan.
Het woordpakket wat in de klas hangt.

De kinderen moeten de woorden ontdekken in het verhaal en opschrijven. Er worden vooral woorden aangeboden die voor de kinderen in het dagelijkse taalgebruik van belang zijn. Ook deze woorden sluiten zoveel mogelijk aan bij de thema's uit het taaldeel van taaljournaal. Op deze manier komt er meer samenhang tussen de vakken spelling en taal.

Het spellingsonderwijs op onze school is behalve productgericht ook procesgericht. De nadruk ligt op het ontwikkelen van probleemoplossend gedrag. Er wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een geschikte aanpak bij ieder (nieuw) te schrijven woord. Dit gebeurt door aandacht te besteden aan bewustwording van de moeilijke stukjes in een woord (zoals wolk) en door het gebruik van stappenplannen. Het kind moet zich aanleren woorden te beoordelen door zich de volgende dingen af te vragen:

Voor de kinderen is dit weergegeven in een wegenplan, waar de kinderen in de loop van het jaar mee om leren gaan. De opbouw is als volgt:

Dus ik kies voor de volgende weg:

Het vak spelling wordt drie keer per week gegeven in lessen van ongeveer 20 minuten. Tijdens de eerste les komt er een korte oriëntatie op de spellingscategorie waarna een verhaal wordt voorgelezen aan de kinderen. In dit verhaal staan woorden die te maken hebben met het spellingsprobleem van de desbetreffende week. De kinderen komen op deze manier spelenderwijs in aanraking met de woorden van de week: het woordpakket. Iedere week krijgen we een nieuw woordpakket van ongeveer twintig woorden. Dit woordpakket hangt op het bord in de klas. De letters met een kleur leggen de nadruk op het probleem van die week. Het woordpakket geeft steun bij het onthouden van de categoriewoorden. Vervolgens wordt er klassikaal een voorkeursstrategie gekozen. De voorkeursstrategie wordt gekozen via het wegenplan, waarna het probleem wordt aangepakt. Bij de tweede les wordt een korte klassikale instructie gegeven waarna de kinderen zelfstandig aan de slag gaan in hun werkboek. Tijdens de derde les werken alle kinderen zelfstandig aan de opdrachten op de kopieerbladen. In groep 4 komen deze bladen regelmatig terug op de takenkaart evenals het computerprogramma "Woorden Totaal" waarmee de kinderen achter een pc kunnen oefenen.

Het computerprogramma waar we mee werken.
Een bladzijde uit het werkboek.

Het jaar is verdeeld in 9 blokken en ieder blok is weer verdeeld in 4 weken. In week 1, 2 en 3 wordt het spellingsprobleem geïntroduceerd en geoefend. Aan het einde van de derde week maken de kinderen een toets. Op basis van de resultaten van die toets wordt duidelijk welke categorieën in week 4 herhaald moeten worden. Drie keer per jaar maken de kinderen ook een beoordelingstoets. Deze toets herhaalt alle categorieën van de afgelopen weken en geeft daardoor een goed beeld van de algehele vorderingen.

In groep 4 komen de volgende categorieën aan bod:
NrCategorieNet-als-woordVoorkeursstrategie
1mk, km, mkm*poesluisterweg
2mm vooraandraakluisterweg
3mm achteraanmutsluisterweg
4moeilijke duo'swolkluisterweg
5mmkmmkrantluisterweg
6sch/schrschaapluisterweg
7f/vfeest/vierluisterweg
8s/zsmoes/ziekluisterweg
9meer medeklinkersstripluisterweg
10ng/nkslang/bankluisterweg
11ei/ijei/ijsweetweg
12aai/ooi/oeimooiluisterweg
13ch/chtpech/luchtweetweg/regelweg
14eer/oor/eurbeerluisterweg
15uw/eeuw/ieuwleeuwluisterweg
16au(w)/ou(w)blauwweetweg
17samenstellingendriehoekdiverse wegen
18duffe /u/; be/ge/verbeginluisterweg
*m=medeklinker; k=klinker

In groep 4 en 5 zijn de lessen nog gericht op onveranderlijke woorden, de werkwoorden worden vanaf groep 6 behandeld.

Het verhaal van week 7

In "Het Zwarte Schaap".

Wendel is bij Floor. Dat is haar vriendin. Floor woont in een eethuis. Samen met haar ouders. Het eethuis heet "Het Zwarte Schaap". Floor en Wendel doen een spel. Ze spelen dat ze deftige dames zijn. De deftige dames hebben een babbeldag. Ze komen bij elkaar. In eethuis "Het Zwarte Schaap". De ober speelt het spel mee. De dames babbelen. Gezellig. Boven de deur hangt een plaat. Een plaat van een zwart schaap. Op de schoorsteen staat een beeld. Een beeld van een zwart schaap. De ober heeft een grijs schort. Een grijs schort met een zwart schaap erop. 'Wat wilt u eten?' vraagt de ober. 'Koekjes,'zegt Wendel. 'Ik ook,'zegt Floor. De ober schrijft het op: 'Een schaal koekjes voor twee personen. 'En twee kopjes thee', zegt Wendel. De ober knikt. 'Dan schrijf ik op: twee thee.' 'En nu babbelen,'zegt Floor. 'Eerst over kleren.' 'Ja leuk,'zegt Wendel. Babbel babbel babbel. Ze babbelen over kleren. Over de nieuwste mode. Babbel babbel babbel. Over zelf een jasje maken. Met naald en draad en schaar. Babbel babbel babbel. Gezellig. De ober brengt de thee. 'Kijk uit, ober,'zegt Wendel. 'U houdt de kopjes scheef.' Het gaat maar net goed. De kopjes zijn geel. Geel met een zwart schaap erop. 'Kom,'zegt Wendel, 'babbelen!' 'Ja, schiet op!'zegt Floor. Nu babbelen ze over het weer. 'Misschien komt er regen.' Babbel babbel babbel. 'Misschien komt er ijs.' 'Ja, dan ga ik schaatsen.' 'Oh, dan schaats ik met je mee.' Babbel babbel babbel. Gezellig. De ober brengt de schaal vol koekjes. De schaal is groen. Groen met een zwart schaap erop. 'Mmmmm, lekker,' zegt Floor. Ze eten koekjes. Ze drinken thee. 'Kom,' zegt Floor, 'babbelen!' 'Ja,'zegt Wendel. 'Nu over jongens.' Gezellig. Babbel babbel babbel. 'Joost is een schat.' Babbel babbel babbel. 'Ja, maar Max is een schurk.' De thee is op. De schaal is leeg. 'Ik ga naar huis,'zegt Wendel. 'Tot volgende week. Dan babbelen we verder. Hier in "Het Zwarte Schaap."

Groetjes van groep 4b!

Dit zijn wij !  Spelling  Zijn paddenstoelen schimmels?  Brrr, wat koud!  De ideale speelplaats van groep 4b  Knutselen met kranten

valid XHTML 1.0 Strict logo DBT