Actueel nieuws

 Zoeken

 


In de bovenbouw is het IPC thema mythen, legenden en andere verhalen. Nadat de kinderen hebben geleerd wat mythen en legenden zijn, wanneer ze verteld werden en wat het verschil ertussen is, begonnen ze aan hun eigen mythe of legende. Hieronder zie je het stappenplan dat de kinderen hierbij gebruikten. Dit voorbeeld is van Luna. Maar in de klas hangen nog veel andere mooie verhalen, beelden en tekeningen.

Kies iemand die jou en je lezer door het verhaal leidt. Dit kunnen zoals de mythen het toelaten allerlei figuren zijn. Een mythe gaat meestal over een god of een halfgod, maar je kunt ook kiezen voor een gewoon mens, of een held of een sprookjesachtig figuur. Het is handig voor je fantasie om een naam te bedenken.

Bedenk een naam: De acosiaroos

Een mythe heeft altijd een tweede laag. Hiermee wordt bedoeld dat er altijd een verborgen verhaal achter het verhaal zit. Dit kan een verborgen boodschap zijn, een geheim of misschien wel een wijze les. Deze tweede laag kan heel subtiel aanwezig zijn of juist heel doorzichtig.
Het is handig om vooraf te bedenken waar je eigenlijk over wil schrijven. Dit kan van alles zijn, bijvoorbeeld het thema liefde of een onderwerp als het ontstaan van de wereld of een vraag als wat is schuld? Nadat je dit hebt gekozen kun je gaan kijken hoe je dit in je verhaal gaat verwerken en welke symbolen je gaat bedenken voor het schrijven van je uiteindelijke verhaal.

Wat is de verborgen boodschap? Of geheim of wijze les?

Help iemand als je er niets aan verliest.

Bedenk je plot of verhaallijn. Hierin is het handig om al over je eind na te denken. Dit hoeft nog niet in details, maar wel algemeen. Bijvoorbeeld: wordt het een verhaal over winnen of verliezen, komt er een treurig eind, of een open eind met een vraag voor de lezer.
Het is handig om na te denken wat je hoofdpersoon overkomt of wat hij meemaakt. Zorg ervoor dat er altijd een ontwikkeling bij je hoofdpersoon plaatsvindt. Dus of hij komt in de problemen, of hij heeft een taak, hij raakt iets of iemand kwijt, hij overwint iets enzovoort.

Wat overkomt de hoofdpersoon?

Ze vindt een gewond diertjes.

Hoe is het eind?

Ze vindt waar ze naar op zoek was.

Een mythe kenmerkt zich meestal door het gebruik van veel symboliek. Via de symboliek, maar ook via beelden en fantasieën breng je de tweede laag aan in je mythe. De symboliek kan in alles terugkomen. Daarom heb je ook altijd een tweede laag in je verhaal aangezien je met symbolen, beelden en fantasieën je verhaal vertelt. De symboliek kan in alles terugkomen, in zowel je personages als in de plek waar het zich afspeelt als in voorwerpen. Het is aan jou om alles een extra betekenis toe te kennen.

Welke symbolen ga je gebruiken?

Fantasie en mysterie

Kies een manier van schrijven. Sommige mythen waren op rijm geschreven zodat iedereen het makkelijker kon onthouden. Zoals bij liedjes. Maar zeker niet alle mythen rijmden. Wel waren alle mythen zeer vertellend geschreven met een bloemrijke taal. Je ziet vaak gebruik van veel bijvoeglijke naamwoorden en beeldtaal. De taal van een mythe voert je als het ware mee in het verhaal.

Mijn mythe:

Schrijf nu je verhaal. Denk aan de symboliek en zorg dat de hoofdpersoon iets overkomt of meemaakt.

De dag dat Ella werd geboren ze leek heel normaal. Maar van binnen niet, een dag ging ze slapen haar moeder kwam een slaapverhaaltje vertellen het verhaal ging over de acosiaroos, de acosiaroos was heel speciaal. Als je een blad van de acosiaroos at dan wist iedereen wie je was dus Ella was nieuwsgierig en ging op pad. Ella was aan het lopen en hoorde ineens zacht gehuil en ze keek in een struik en daar zag ze een gewond dier ze moest hem helpen! Ze pakte het diertje op en wikkelde een stuk van haar jurk aan het gewonde diertje beentje. Het dier leek op en panda het dier was paars en blauw en had twee kleine panda oren, ze vroeg hoe heet je? Het diertje zei zachtjes: Pip. Ella vroeg kom je mee opzoek naar de acosiaroos Pip zij: ja graagJ  en ze gingen op pad. Later hoorde ze geschreeuw: MAMA PAPA!!!! Het was een klein vogeltje, het vogeltje had engel vleugels en had haar ouders verloren  Ella en Pip vroegen: wil je met ons mee opzoek naar de acosiaroos? Het vogeltje zij: ja J trouwens ik ben Madelief, dus Ella Pip en Madelief gingen verder. Ze waren uiteindelijk bij de roos maar Ella dacht ik heb die roos niet nodig en dus ging ze naar huis zonder roos maar met twee nieuwe vrienden.

Gepubliceerd op 27-11-2017 door Leerkracht

Categorieën: categorygroep 6/7

Bekeken: 119 keer

© 2014 obs De Bonte Tol | Gantellaan 5 | 2642 JK Pijnacker

directie mw. F. Hogervorst | tel hoofdgebouw 015-3699256 | tel bijgebouw 015-3699410 | info@debontetol.nl | Inloggen